Kinderfysiotherapie en sensorische integratie
Sensorische integratie
Bij sensorische integratie gaat het om de verwerking van de informatie via onze zintuigen (zien, voelen, ruiken, proeven en horen) in de hersenen. Deze spelen een belangrijke rol bij het waarschuwen voor gevaar, het richten van de aandacht en het opnemen van informatie.

Mijlpalen
Bij de meeste kinderen gaat de sensorische integratie spelenderwijs. Gevoel en smaak ontwikkelen zich bij het leren drinken en eten. Het gezichtsvermogen ontwikkelt zich. Tegelijkertijd leren ze voor- en achtergrondgeluiden onderscheiden en interpreteren zodat ze niet schrikken. Ze verkennen met hun mond en handen de voorwerpen in hun omgeving. Ze leren met zand en water spelen en zo ervaren ze verschillende materialen. Heel belangrijk is de ontwikkeling van het evenwichtsgevoel. Belangrijke aanzetten voor sensorische integratie vinden plaats in de eerste vier levensjaren.

Afwijkingen in het tastgevoel
Overgevoeligheid
Het tastgevoel waarschuwt te snel voor gevaar, ook wel tactiele overgevoeligheid genoemd.

Deze kinderen zijn gevoelig voor aanraken: op schoot zitten en knuffelen vinden ze niet prettig.  Ze zijn vaak heel kieskeurig met eten. Kleren ervaren zij vaak als
kriebelig. Spelen met water, zand, klei en verf is meestal niet favoriet. Ze vinden het al gauw vies.

Ondergevoeligheid
Het tastgevoel geeft te weinig tactiele informatie.
Aanraking of aangeraakt worden wordt minder goed ervaren. Hierdoor
bestuurt het kind zijn eigen lichaam minder goed, waardoor het onhandig is en zich bijvoorbeeld gauw stoot. Deze kinderen spelen juist wel graag met vieze materialen zoals zand, klei en verf.
Vestibulair systeem of evenwichtsgevoel
Vestibulaire overgevoeligheid
Het evenwichtsgevoel waarschuwt te snel voor gevaar.
Deze kinderen zijn heel gevoelig voor beweging/ bewogen worden. Bewogen worden, stoeien en andere wilde spelletjes vinden ze niet prettig.

Vestibulaire ondergevoeligheid
Het evenwichtsgevoel waarschuwt te weinig: bewegingen worden onvoldoende opgemerkt.
Ter compensatie zoeken ze beweging op. Bewogen worden, schommelen, stoeien en andere wilde spelletjes zijn favoriet. Zulke kinderen zijn vaak echte waaghalzen en ze zijn voortdurend in beweging. Ze zitten zelden stil.

Behandeling
Behandeling kan bij veel kinderen met problemen met de sensomotorische integratie tot succes leiden. Hiervoor is het noodzakelijk het kind zodanig te prikkelen en te bewegen dat hij/zij aanrakingen en bewegingen gaat gebruiken en leuk gaat vinden. Het gebruik van deze prikkels zal dan tot verbetering van de sensomotoriek leiden.


Voor verdere informatie zie:
www.sensomotorische-integratie.nl/ van Els Rengenhart.
PEUTERS
(2 tot 4 jaar)
ZUIGELINGEN
(0 tot 2 jaar)
SENSORISCHE
INTEGRATIE
SCHOOLGAANDE JEUGD
(4 tot 16 jaar)